Evaluatie

De evaluatie van de projecten in de uitvoeringsfase bestaat uit twee luiken: een externe evaluatie door een wetenschappelijk team en een interne evaluatie, door de projecten zelf.

De externe evaluatie is bedoeld om een overzicht te krijgen in welke mate de pilootprojecten aan de doelstellingen van het plan beantwoorden.  De evaluatie zal uitgevoerd worden door gebruik te maken van resultaatsindicatoren in verband met de « Triple Aim » principes en de ontwikkeling van de verschillende componenten van geïntegreerde zorg. Deze indicatoren worden op voorhand vastgelegd. Een wetenschappelijke equipe wordt belast met deze externe evaluatie van de pilootprojecten en zal de informatie verzamelen om te projecten te kunnen evalueren. De oproep tot kandidaturen voor deze wetenschappelijke equipe werd begin juni 2016 gepubliceerd op de RIZIV website. In oktober 2016 is het FAITH.be consortium gestart met de voorbereiding van de wetenschappelijke begeleiding en evaluatie voor de pilootprojecten. FAITH.be staat voor Federated consortium for appraisal of integrated care teams in health in Belgium en brengt faculteiten van 6 verschillende universiteiten (UA, Ugent, KUL, Ulg, UCL, VUB) samen. Het verzekeringscomité van het RIZIV heeft het "Protocol voor de Wetenschappelijke ondersteuning en evaluatie van de pilootprojecten voor geïntegreerde zorg voor chronisch zieken in België" goedgekeurd op 24 april 2017.

De interne evaluatie is een auto-evaluatie van de interventies in het kader van het pilootproject. De impact van de geïmplementeerde interventies dient gemeten te worden op basis van concrete structuur-, proces- en resultaatsindicatoren. Hiervoor moeten in het locoregionaal actieplan dat tijdens de conceptualisatiefase wordt uitgewerkt de concrete doelstellingen omvatten die het project beoogt te bereiken, alsook de behaalde resultaatsindicatoren die werden bepaald voor elk van de doelstellingen. Deze indicatoren zullen op regelmatige basis gemeten worden en de metingen zullen vergeleken worden met elkaar en met de waarden van voor de start van het project. De governance-structuur van het project zal de resultaten van de auto-evaluatie analyseren en zal op basis van deze analyse uitspraak doen over de noodzaak om het locoregionaal actieplan al dan niet aan te passen. De initiële doelstellingen van het project kunnen herzien worden, in functie van de mate waarin het project ze kan bereiken. Zo kunnen ook de ingezette middelen om de doelstellingen te bereiken aangepast worden in functie van de resultaten van de zelfevaluatie. Deze elementen worden jaarlijks verzameld in een rapport dat wordt voorgesteld aan alle betrokken actoren in het project en dat als jaarverslag wordt overgemaakt aan de bij het project betrokken overheden.